Symptomatische behandeling

Bij een symptomatische behandeling wordt er gekeken of de symptomen (zoals een loopneus, niesbuien, jeukende en rode, vaak tranende ogen) verholpen kunnen worden. Deze geneesmiddelen onderdrukken de symptomen. Ze nemen de klachten (deels) weg, zodra je stopt met deze medicijnen komen de klachten weer terug.

Bij een allergische reactie op bijvoorbeeld pollen komt er 'histamine' vrij. Een stofje dat de veroorzaker is van deze hooikoortsklachten. Medicatie die deze klachten onderdrukken, noemen we antihistaminica.

Veel van deze allergie medicatie is vrij beschikbaar en bestaat in de vorm van tabletjes en neussprays. Ook de (huis)arts schrijft symptomatische medicatie voor en kan tevens vaststellen waarvoor je allergisch bent. Hierdoor kan een behandeling, vaak bestaande uit een combinatie van oogdruppels en/of antihistaminica en/of corticosteroïd neussprays, beter op bepaalde klachten aansluiten.

En toch nog klachten?

Voor veel mensen is een neusspray of antihistaminica genoeg om de allergieklachten onder controle te hebben en er geen last meer van hebben. Maar wanneer hoef je je allergieklachten niet meer te accepteren? Als bijvoorbeeld:

  • je nachtrust wordt verstoord en je overdag vermoeid bent
  • je concentratie vermindert op het werk of tijdens andere bezigheden
  • schoolprestaties worden beïnvloed
  • last hebt van je allergie ondanks het gebruik van symptomatische medicatie

Een arts kan je helpen vast te stellen waarvoor je allergisch bent, en hij/zij weet welke behandeling het beste op jouw situatie en klachten aansluit.